Column: Ben je boos

Article by Annet Peters

Ben je boos, pluk een roos, zet hem op je hoed dan ben je morgen weer goed. Dat zei mijn moeder altijd tegen me als ik als klein kind boos was. Alleen al van die uitspraak voelde ik me als klein meisje weer beter. Ik had weliswaar geen hoed. Wie had er nou een hoed? Bovendien hadden we geen rozen om te plukken want er stonden geen rozen in de tuin. Maar dat gaf voor mij niet. Ik zag namelijk als mijn moeder dat versje op zei meteen een meisje voor me van ongeveer mijn leeftijd, met een lange mooie witte jurk en rossige pijpenkrullen en blozende rode wangen. Een plaatje uit mijn poesiealbum, ik zie het nog voor me. En in dat plaatje had dat meisje een roos in haar handen. En nu zag ik zo voor me dat dat meisje een mooi dophoedje op haar hoofd gezet werd en dat ze daar die roos op deed. Dat vond ik een mooie, serene gedachten en warempel, beste lezers, mijn boosheid ging weg. Echt weg. Het hielp, toen ik een klein meisje was, als mijn moeder dat zei.

Later, als puberende tiener ging die vlag niet meer op. Dat begrijpt u. Dan hoefde mijn moeder maar te zeggen: Ben je boos, pluk een… en dan werd ik alleen nog maar kwader. Belachelijk. Hoe kan dat nou helpen, wat een idiote uitspraak. We hebben niet eens een rozenstruik. En het is hartje winter. En ik heb niet eens een hoed. En ik wil niet dat het morgen goed is, ik wil dat het vandaag goed is. Ha! En dan stormde ik denk ik naar mijn slaapkamer.

En nu denk ik wel eens, als ik eraan denk, wat ik echt niet vaak doe, maar nu doe ik het omdat ik dit stukje aan het schrijven ben: waarom was ik eigenlijk boos? Als kind. Als tiener. Ik geloof niet dat ik echt vaak boos was. Bovendien is boos een groot woord, maar nijdig klinkt een beetje suffig. Het zal in de regel wel geweest zijn om iets dat niet mocht of iets dat moest. Volgens mij zijn kinderen daar het meest boos over. Dingen die niet mogen of die juist moeten. Niet op mogen blijven, niet buiten mogen spelen in de regen, niet met een vriendinnetje mee naar huis om te eten, je andijvie op moeten eten, je kamer op moeten ruimen, geen merkspijkerbroek van tachtig gulden mogen kopen, niet op je zestiende door Frankrijk mogen liften met een vriendin (ja haal me de koekoek. Dat heb ik echt een keer durven vragen… je wil als tiener soms toch ook wel erg onmogelijk idiote dingen).

En nu… werkt de roos nu? Waar word ik nu kwaad om? Ik zit er over te denken en weet u wat het is, beste lezers. Het is niet zozeer om dingen die moeten of niet mogen. Daar heb je als volwassene wel iets minder mee te maken. Ja, je moet je aan de verkeersregels houden en je belastingen betalen, maar daar heb je geen moeite mee, want dat is logisch. Anders zou het een puinhoop worden van de eerste graad. Dat snapt ieder mens (van boven de pakweg twintig… hoewel, volgens mij worden de kinderen tegenwoordig later en later verantwoordelijk en zelfstandig, veel later dan wij vroeger – wat word ik oud hè, als ik dat soort dingen zeg! Laten we zeggen van boven de dertig ha,ha). Waar worden we dan boos van. Nou, ik zal u zeggen waar ik boos van word. Incompetentie en bureaucratie. Telefoonmaatschappijen die je een verkeerd bedrag in rekening brengen en dan vervolgens maanden nodig hebben (en tientallen telefoontjes met slecht Engels sprekende call center medewerkers en een paar boze brieven en het dreigement dat alles op Internet gezet gaat worden, voordat ze er iets aan doen). En het dan alsnog fout doen.

Computers die de ene keer wel en de andere keer geen draadloze internetaansluiting kunnen vinden. Op dezelfde plek in hetzelfde huis met dezelfde computer. En niemand die het kan verklaren of uitleggen. Geautomatiseerde absentiesystemen van scholen die bij hoog en bij laag beweren dat je kinderen absent zijn, terwijl ze doodleuk in de klas zitten. En die om de tien minuten automatisch bellen totdat je een heel menu van opties in hebt getikt en eindelijk iemand van de schoolboard te pakken krijgt die dan zegt dat je kind absent is, omdat het systeem dat zegt. Ja maar hij zit op school, vraag maar aan Miss Hobson, daar zit hij bij in de klas. En dan kan ze niets doen, omdat ze op het School Board Office zit en ze weet niet eens wie Miss Hobson is, maar zonder goedkeuring van haar supervisor kan ze mij niet op mijn woord geloven en de supervisor is in a meeting en they’ll call me back. En natuurlijk bellen ze niet terug. En dan krijgt Mikey op zijn rapport dat-ie zoveel keer afwezig was en dat was de helft van de tijd niet eens waar. En alles staat tegenwoordig in de computer en ook al zit hij in grade 4, dat zal hem straks nog opbreken als-ie Scholarship-aanvragen moet doen voor college. Want niets wordt meer vergeten.

Dus ik moet brieven schrijven en formulieren invullen om de verkeerd gemelde absenties recht te zetten. En dan word ik boos. Ik word boos op een systeem dat volkomen ontmenselijkt is, en dat blijkbaar zo ingewikkeld is dat niemand meer iets gewoon recht kan zetten. En fouten durven ze ook al niet toegeven. Want dan zijn ze bang voor liability. Vroeger kreeg je nog wel eens een excuus van iemand: sorry mevrouw, het was onze fout, we zullen het proces bekijken en proberen het te verbeteren. En als je dan geluk had kreeg je nog een gift card of een bloemetje of een sample van het betreffende product. Maar nu zijn ze bang dat een excuus de mensen de kans geeft om te zeggen: zie je wel, het was jullie schuld en dan krijgen ze een lawsuit aan hun broek. Diep ademhalen en doorgaan, is de enige optie.

En denk ik weer aan mijn moeder: Ben je boos, pluk een roos, zet hem op je hoed dan ben je morgen weer goed. En dan zie ik dat poesieplaatje weer voor me en dan denk ik: Take a deep breath, die mensen zijn ook maar schroefjes in een gigantische machine die gewoon stuk is. Daar kunnen ze ook niets aan doen. Het zal mijn tijd wel duren. Een klein rossig meisje met een lange witte jurk met pijpenkrullen en een dophoedje met een roos erin. En morgen is ze weer goed. Die hoeft geen call-centers te bellen, die kan gewoon buiten spelen en hoeft geen andijvie te eten en kan zonder gevaar door Frankrijk liften. Nou ja, ik weet, zo zit het leven niet in elkaar, maar eventjes pauze is prettig. Dat call center is er morgen ook nog en Mikey’s absentie zetten we uiteindelijk ook wel recht. Ik ga rozen plukken, die zijn er te over in Peoria in november, ha ha, maar het geeft niet, want ik heb ook nog steeds geen hoed.

 

Related links

Short URL: http://www.mokeham.com/dekrant/?p=20061

Posted by on Nov 1 2014. Filed under Dagelijks leven, Gedichten, Taal. You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0. You can leave a response or trackback to this entry

Leave a Reply